+
Search

U bent hier

more

Borstkliniek

Borstsparende operatie

Bij een borstsparende operatie wordt de tumor ruim weggenomen, dat wil zeggen met een deel gezond borstklierweefsel, voor zover de arts dit met het blote oog kan beoordelen. Het microscopische onderzoek zal uiteindelijk moeten uitmaken of het gezwel voldoende ruim en dus veilig is weggenomen. Men noemt deze procedure een brede excisie, lumpectomie of tumorectomie.

Na de borstsparende operatie volgt altijd bestraling (radiotherapie) van de volledige borst, in combinatie met een extra dosis stralen op de plaats waar de tumor zich bevond. Enkel de combinatie van een borstsparende operatie en bestraling levert voor de patiënt een veilig resultaat op.

Het is belangrijk dat de patiënt op voorhand akkoord gaat met vier tot zes weken bestraling na de ingreep. Indien deze bestraling niet mogelijk is, kan men geen borstsparende operatie uitvoeren. Een borstsparende ingreep kan ook niet wanneer verschillende tumoren in de borst aanwezig zijn, wanneer de tumor te groot is in verhouding tot de borst of wanneer het kwaadaardige gezwel na een borstsparende ingreep met bestraling toch is teruggekomen (recidief). In al deze gevallen vindt beter een borstamputatie plaats.

Een zeldzame keer blijkt uit het microscopische onderzoek na een borstsparende ingreep dat de tumor niet volledig verwijderd werd. In dit geval moet, na overleg met de patiënt, in een tweede operatie een bredere wegname (resectie) of alsnog een borstamputatie worden uitgevoerd. De beslissing tot borstamputatie neemt men dus nooit tijdens de borstsparende ingreep!